Intelligentie is inderdaad maar ten dele erfelijk, maar er is nog geen enkel bewijs in de literatuur dat 1 van de 2 factoren nature/nurture veruit de boventoon voert. Wat op dit moment de consensus is, is dat er een erfelijke grondslag is die bepaalt of een kind gevoelig is voor positieve omgevingsfactoren en het dus vanuit zijn genetische opmaak nieuwsgierig en onderzoekend te werk gaat tijdens deze gevoelige (voor dergelijke input) periode. In de tienerjaren valt voornamelijk de verdikking van de prefrontale cortex op bij intelligente kinderen. Je zou dus kunnen zeggen dat er een genetische component is die de omgevingscomponent de vrijheid geeft zijn werk te doen, waarna de genetische component voor de afrondende fase zorgt.
Quote selectie
( 1518)
( 194)
( 186)
( 268)