
Beste weerwoorders,
Vandaag heb ik Buisman Deel 5 (1675-1750) ontvangen nadat ik Deel 6 (1750-1800) als cadeau heb gekregen van mijn buurvrouw.
Deel 5 is het deel die de pre- en instrumentale tijdperk bevat waarbij het jaar 1706 de grens is. Hierdoor is Deel 5 het laatste deel waarin ik uitleg hoe het klimaat in de 3 kwarteeuwen was.
1676-1700: Bijzonder koud met de koudste winters in de afgelopen duizend jaar, vooral de winter van 1684 was extreem streng (Wintercijfer IJnsen 9), W1695 en W1697 waren zeer streng (cijfer 8) en 6 andere winters hadden Wintercijfer 7.

Er waren maar 3 zachte winters, (met cijfer 3) W1676, W1680 en W1686. Daarbij waren de lentes en herfsten in dat kwarteeuw ook erg kil/koud.
De zomers waren gem. onder de maat maar zeer variabel, de zomer van 1684 was zeer warm (Zomercijfer IJnsen 8). 4 andere zomers waren warm (cijfer 7), namelijk Z1676, Z1679, Z1686 en Z1691.
Tegen mijn verwachting in was er maar 1 buitensporig koude zomer (Zomercijfer 1 of 2), namelijk Z1695 (cijfer 1: extreem koel). Voor de rest hadden alleen Z1692 en Z1698 een zomercijfer lager dan 4 (die twee hadden Zomercijfer 3: koel). Dus de 1690s waren niet zo bar en boos als ik eerst verwachtte, wel erg koud maar niet (veel) kouder dan een aantal andere decennia in de jaren 1560-1630 en 1430-39.
1701-25: Bijzonder warm/zacht voor de Kleine IJstijd, alle seizoenen (behalve de zomers) waren fors opgewarmd ten opzichte van de vorige kwarteeuw. Vooral de herfstseizoenen waren bijzonder warm/zacht, een beetje vergelijkbaar met de herfsten sinds 1988 ongv.
Er was maar 1 zeer strenge winter in dat kwarteeuw namelijk de legendarische Jahrtausendwinter van 1709 (Wintercijfer 8, minder dan W1684 maargoed) en 1 strenge winter (Wintercijfer 7), W1716.
Er was zelfs 1 zeer zachte winter in dat kwarteeuw, namelijk W1724 (Wintercijfer 2).
De zomers waren net als in de vorige kwarteeuw zeer wisselend, zeer warme zomers waren er in 1718 (17.5C gem.) en 1719 (18.2C gem.) Een zeer warm duo dus (allebei Zomercijfer 8).
3 andere zomers waren warm (cijfer 7), Z1701, Z1704 en Z1724 (17.2C gem.). 
Er was 1 buitensporig koude zomer, namelijk die van 1725 (Zomercijfer 1, gem. temp. 13.1C! Brrr.), mogelijk de koudste zomer in de afgelopen 1000 jaar.
2 andere zomers waren koel (cijfer 3), Z1713 (15.0C) en Z1715 (15.0C).
1726-50: Ook zacht/warm maar minder zacht dan de vorige kwarteeuw. De winters zijn wel opgewarmd maar de lentes en herfsten zijn (fors) afgekoeld. De zomers zijn nagenoeg onveranderd.
Toch had men 1 zeer strenge winter in dat kwarteeuw, namelijk die van 1740 (Wintercijfer 8), 2 andere winters waren streng (cijfer 7), namelijk W1726 en W1729.
Er waren relatief veel (zeer) zachte winters in die periode, de zeer zachte winter van 1737 had slechts Wintercijfer 2 (zeer zacht).
W1734, W1739 en W1749 hadden Wintercijfer 3 (zacht).
Er waren 0 zeer/extreem warme zomers in dit kwarteeuw. De warmste zomer was die van 1733 (17.5C gem.) met Zomercijfer 7. Vrij mager dus.
De koudste zomer was die van 1740 (Zomercijfer 2: zeer koel met een gem. temp. van 14.2C). 3 andere zomers waren koel (cijfer 3) namelijk Z1742 (15.3C gem.), Z1744 (15.3C gem.) en Z1745 (15.2C gem.), een koel duo dus.
Ik hoop dat dit een mooie samenvatting is van de inhoud van Deel 5.