In dit geval nadert er een warmtefront.
De sneeuw gaat nu juist vallen omdat er in de onderste lagen van de atmosfeer met een oostelijke wind koudere lucht wordt aangevoerd, waardoor de grenslaag steeds verder afkoelt en uiteindelijk in zijn geheel onder nul komt. Op wat grotere hoogte - zeg maar boven 750-800 hPa - verandert er op 1e kerstdag maar weinig, voor wat betreft de temperatuur. Daarom zal het zo zijn dat, vooral iets verder zuidwaarts, de neerslag begint als regen of natte sneeuw en vervolgens geleidelijk in sneeuw overgaat.
Bij een klassieke dooiaanval na een vorstperiode en bij een zuidoostenwind, (dan nadert er dus een warmtefront) is het zo dat de onderste laag van de atmosfeer juist nog lange tijd koud blijft, terwijl de hogere luchtlagen steeds verder opwarmen en die 'warmte' zich geleidelijk ook 'naar beneden' verplaatst. Er valt dan sneeuw, totdat de bovenlucht zover is opgewarmd dat deze voor een deel boven nul komt, de sneeuw smelt en aan de grond, waar het nog vriest, aanleiding geeft tot ijzel, of, als de koude laag onderin nog dik genoeg is, tot ijsregen. Je ziet hier dan dus het omgekeerde proces van sneeuw - ijsregen / ijzel - regen.