Opvallend in deze kwakkelperiode vond ik altijd hoe gemakkelijk het tot vorst kwam terwijl er steeds maritieme lucht werd aangevoerd. Ik denk dat de kou in de grond hierbij een rol heeft gespeeld, naast het nog aanwezige sneeuwdek. In het tabelletje dat ik de vorige keer toonde was te zien dat in een groot deel van het land het weekgemiddelde, van 31-12 t/m 6-1, van de temperatuur -10 of lager was geweest. Zodra de lucht het land op kwam vond afkoeling plaats, waarbij wij aan de kust waarschijnlijk nog het meest met de combinatie van dooi en regen te maken kregen.
Ik herinner mij een moment rond 18 uur dat ik op de grond op een fietspad weer enige glinstering van ijsvorming zag, na een dag met dooi. Ik keek omhoog en zag daar een donkere plek in de bewolking, niet eens een volle opklaring. Dat was genoeg om die ijsvorming tot stand te brengen; de luchttemperatuur was daarbij waarschijnlijk boven 0.
Quote selectie