Dat het sneeuwfront bij de passage van 30 op 31 december 1978 boven België extra werd geactiveerd door een van west naar oost trekkend golfje. Het resultaat was een sneeuwlaag van gemiddeld 25 cm met ophopingen tot een halve meter.
Ik heb dat in Schiedam meegemaakt. Het zuiden van Nederland (en België ) zat toen een keer op de eerste rang. De meest indrukwekkende sneeuwjacht die ik heb meegemaakt. In de ochtend van 31-12 een diepvriestemperatuur van -11 bij een krachtige wind en een fijne sneeuw die overal in doordrong. Hier nog eens een fragment uit mijn dagboek 1979:
31 december 1978 :
Om half acht wordt ik wakker en kijk natuurlijk direct naar buiten. Een sneeuwjacht woedt, met zeer fijne sneeuwvlokjes. Er is al een paar centimeter gevallen, en het gaat nog even door. Wie kent niet dat verhaal over het poolklimaat, waar een bijzonder soort sneeuwval voor komt, die wij in Nederland niet kennen? Welnu, vandaag kennen we het poolklimaat. Een sneeuwjacht bij een temperatuur van -11°C met een zeer fijn soort sneeuw die door alle kieren binnendringt. Vooral tochtige zolders moesten het ontgelden, of, zoals Jan Visser het formuleerde : op menig zolder werd sneeuw geruimd. Gelukkig heb ik een paar jaar geleden een dik gevoerd jack met capuchon gekocht ; die komt me nu goed van pas, want dit moet ik natuurlijk buiten beleven. Ik maak een wandelingetje in de sneeuwstorm, een geweldige ervaring is dat; een krachtige oostenwind bij -11°C stuift de sneeuw bijna mijn kleren in. Mooi is ook het "roken" van de grachten; door het zachte weer van de afgelopen week is het water nog flink boven 0, terwijl er een ijskoude wind overheen waait; daardoor koelt de warme damp af tot een soort rook.
Bij mij ligt op de deurmat een hoopje sneeuw, die kennelijk door de brievenbus is binnengewaaid. Later op de ochtend vraag ik bij mijn buren, die op hetzelfde portiekje wonen, hoe de toestand is. De sneeuw is daar drie treden hoog de trap op gewaaid; en dat is niet alles. Mijn buurman vertelt, dat ze bij het openen van de gordijnen in de woonkamer kleine sneeuwhoopjes aantroffen op de vensterbank!
Om een uur of drie ga ik met de auto van Schiedam naar Voorburg. Normaal gesproken een ritje van 20 minuten; nu echter een moeizame tocht die zeker vier keer zo lang duurt. Op de snelweg is de toestand chaotisch; de gestrooide pekel kan bij -12 vrijwel niets meer uitrichten. De snelheid ligt bij 30 à 40 km/uur; af en toe moet ik afremmen voor een sneeuwduintje dat dwars over de weg ligt. Opspattende pekel droogt snel op op mijn voorruit; na een paar minuten is deze veranderd in matglas. Sproeien gaat niet; stom, stom, niet voldoende antivries in het sproeiwater; doorrijden is onmogelijk. Er ligt een simpele oplossing voor de hand : ik stap uit, neem een hand droge sneeuw en boen de voorruit daarmee schoon. Dat alles herhaalt zich een paar keer en zo kom ik in drie kwartier die 20 km snelweg wel door. Ik blijf als automobilist wel gehandicapt, want de zijruiten blijven dicht zitten met ijsbloemen, die mijn verwarming er op de hoogste stand nog niet af krijgt.