Bij dat scenario wordt uitgegaan van een opwarming van 3 graden in onze omgeving
Als dat scenario uitkomt, dan moeten er ook wel flinke koude perioden zijn buiten dat specifiek zomerseizoen. Anders kom je er niet met 3° extra voor een volledig jaar in een toekomstig klimaat. M.a.w. hoe extremer je die specifieke zomer voorstelt, hoe meer compensatie er nodig is buiten dat seizoen om aan het gemiddelde te voldoen op jaarbasis (dus 4 seizoenen). Waarom enkel focus op de zomer?
Die 3° extra kan met extremen langs beide kanten worden bewerkstelligd. Bvb. tussen 0° (winter) en 6° (zomer), maar evenzeer tussen -3° (winter) en 9° (zomer) of -6° (winter) en 12° (zomer), enz... Er is een oneindige reeks van mogelijke extreme uitkomsten die leiden tot een gemiddelde van 3° extra, incl. alle onleefbare extremen vanaf een zekere drempelwaarde. Maar uiteindelijk zal alles draaien om het volgende punt:
Een WL-scenario (+3 graden, geen grote verandering in stromingspatronen) kan natuurlijk nog wel en ook andere scenario's zijn mogelijk.
Het niet uitgaan van veranderingen in de stromingspatronen is een onredelijke aanname of vertrekpunt bij het uitstippelen van een klimaatscenario. Integendeel, het zijn juist die veranderingen die zich in alle hevigheid zullen openbaren. Het volstaat om de stromingen binnen opwarmend water te visualiseren. Elke waarneming op een bepaald tijdstip tijdens de opwarming verschaft een unieke waarde in relatie tot de mate van opwarming. Een pot met opwarmend water op het fornuis vormt in dat opzicht een perfect labo.
Een op de atmosfeer toegepast voorbeeld: De hevigheid van convectiestromingen is recht evenredig met de grootte van hagelbollen en bliksemfrequentie. Op (door extreme opwarming) onleefbaar geworden planeten bliksemt het in eerste instantie (op geologische tijdschaal gezien uiteraard) allicht overal de ganse tijd (in gaswolken).
Quote selectie
( 338)
( 240)