In het (noord)oosten (even de wolkenhoogtemeter van Lingen net over de Duitse grens genomen) vanmorgen een wat dikkere mistlaag aan de grond. De nachten worden weer langer: de mistlaag krijgt langer de tijd zich te vormen en daarmee dieper te worden. Omdat al het licht van de 'laserstraal' (LIDAR) wordt verstrooid door de mist, kan de wolkenhoogtemeter niet meer verder omhoog kijken. De wolkenbasis hangt aan de grond (mist). Dat zie je duidelijk gebeuren bij (A). Bij (B) zie je dat de mist begint op te trekken: de zwarte streep komt hoger te liggen, dus er wordt een hogere wolkenbasis gedetecteerd. De mist wordt stratus, wordt dunner, en laat weer licht door naar boven. Op een gegeven moment verdwijnt ook de stratus. Overigens gaf Lingen zelf geen mist op in de waarnemingen lijkt het: Twente en Hoogeveen wel.
Dat laatste proces (opruimen mist/stratuslaag) lukt nu nog (voldoende zonkracht). Vanaf eind oktober heeft de zon vaker te weinig kracht om grondinversies en subsidentie-inversies met mist/stratus op te ruimen. Hierdoor kun je in sterke hogedrukgebieden dagenlang mist en vervuiling hebben aan de grond, terwijl het hogerop prachtig zonnig is. Meestal zorgt dan een windtoename pas voor voldoende menging en het doorbreken van de (subsidentie)inversie.
[/url