Bij een hogere concentratie aan condensatiekernen neemt het aantal wolkendruppeltjes toe. Hierdoor neemt het totale wateroppervlak toe en wordt er meer zonlicht weerkaatst.
Wolkenvorming vindt plaats bij een relatieve vochtigheid van 100% heb ik geleerd. Het dunkt me dat de hoeveelheid condensatiekernen niet het punt van wolkenvorming kan verlagen, dus bij een lagere RV. De aard van de condensatiekern kan dat misschien wel.
Dus deze theorie gaat dan niet op. Maar verandering van het aërosol kan wel de bedekkingsgraad en de levensduur van wolken beïvloeden. Zo kunnen wolken sneller of minder snel uitregenen. De verandering aan zonnestraling onder de wolken kan het oplossen van wolken tegen gaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij stratus. Zitten er meer condensatie kernen in dan is het onder de wolken donkerder. De aarde blijft koeler en geeft minder warmte om de stratus op te ruimen.
Victor
Quote selectie