Gerommel met de cijfers. Het KNMI (hieronder) plaatst de herfst op de zevende plek, volgens weerstatistieken op plek 13. Zelfs met al onze rekenkracht tegenwoordig nog steeds ongelooflijk grote afwijkingen.
Met een gemiddelde temperatuur van 11,7°C tegen een langjarig gemiddelde van 10,9°C was de herfst zeer zacht en tevens goed voor een zevende plek in de lijst met zachtste herfstseizoenen. Ook alle drie de afzonderlijke herfstmaanden waren zachter dan het langjarig gemiddelde, al was het verschil in september niet groot; met een gemiddelde temperatuur van 15,0°C in De Bilt tegen 14,7°C normaal. In oktober en november waren de verschillen groter; met een gemiddelde temperatuur van respectievelijk 12,0°C tegen 10,9°C en van 7,8°C tegen 7,0°C.
Eens met wat Peter schrijft. Het gedoe met honderdsten van graden lijkt me zinloos, want dat strijdt met de nauwkeurigheid van de metingen. Afronden op tienden lijkt mij de juiste weg. Onderscheid maken tussen een jaar met bv 11.60 , 11,61 en 11,64 laat de statistiek buikspreken. Terecht gaat het het KNMI uit van afronding op 1 decimaal. Dan komen er wat jaren ex equo, waarbij een ander kriterium voor de lijst wordt gehanteerd.
Een andere vraag: wordt in beide statistieken dezelfde methode gevolgd? Het KNMI maakt maangemiddelden en middelt vervolgens de drie maanden.