Je doet je metingen op 1 decimaal. Maar om het statistisch te laten kloppen doe je gemiddden op 2 decimalen of meer. Je nauwkeurigheid zit in de metingen, niet in je gemiddelden.
Je meet 7,7 en 7,8 graden, dit is nauwkeurig afgerond op een tiende met de nauwkeurigheid van de apparatuur in acht genomen. Een gemiddelde van deze 2 is echter niet 7,8 maar 7,75. Je kunt wel afronden naar 1 decimaal, maar er blijft een rangschikking onderliggend.
A 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 = 1,0
B 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,0 - 1,3 = 1,0
Welke reeks was echter warmer over deze 8 metingen?
Gerangschikt :
1. B 1,0
2. A 1,0
Indien je actief afrond op 1 decimaal, benoem dan dat de rangschikking ook op deze decimalen is afgerond en rangschik gelijke waarden naar onderliggende waarden.