wat ik heb geleerd is dat de "wrijving" slechts een beperkt deel van het elektrisch veld opwekt. Snel opstijgende waterdruppels die bijgevolg onderkoeld raken, dan bevriezen, waarbij de buitenste schil iets eerder bevriest en springt als de kern daarna bevriest (en dus uitzet) scheint een groter deel van het spanningsveld op te wekken. De buitenste schil zou door de rangschikking van de watermoleculen via de H-bruggen een relatief positieve lading krijgen en die ijsschilfers waaien makkelijker verder naar de toppen van de wolk, terwijl de negatieve grotere en zwaardere ijskernen lager blijven of weer als neerslag naar beneden vallen.
Daarin zie ik ook meteen een sterke verklaring voor minder spectaculair onweer. Immers als deze hoger getriggerd wordt is er ook minder explosief onderkoeld water voorhanden, omdat een deel al bevroren is en minder verticale versnelling/stijging.
Quote selectie
( 43)