Ik heb nog even vlug een tekeningetje gemaakt.
Je ziet eerst een luchtkolom met daarin een aantal luchtdeeltjes en met een bepaalde dikte.
Door WA wordt de dichtheid van de lucht kleiner. Er zijn nog evenveel deeltjes, maar ze gaan zich verder van elkaar bewegen. Immers door de WA is er meer energie aanwezig.
Het gevolg is dat het volume gaat vergroten. De luchtkolom zet uit. Nu bevindt de 300 hPa-begrenzing van onze kolom zich hoger, op een hoogte waar zich voorheen misschien het 250 hPa- of 200 hPa vlak begon (puur hypothetische getallen!).
Onderaan geldt hetzelfde. Het 1000 hPa-vlak daalt en bevindt zich nu ook op een hoogte waar daarvoor een druk van misschien 1013 hPa aanwezig was.
Buiten de kolom, waar de lucht NIET onderhevig was aan de WA, is de druk gelijk gebleven. Het 1000 hPA-vlak wordt dus omringd door 1013 hPa waarden. Er heerst dus relatief gezien lage druk.
In de hoogte is het net omgekeerd: het 300 hPa vlak wordt omringd door b.v. 250 hPa-waarden en daardoor is daar dus relatief hoge druk aanwezig.
Quote selectie