In het boek "Het weer te kijk" van Gorredijkster weerman Hans de Jong staat een stukje over het voorkomen van zware buien.
Vergeleken zijn de zomers uit de periode 1933-1956 en uit 1957-1975. Daarbij staan kaartjes met het voorkomen van etmaalsommen van meer dan 30 mm. Dit wordt aan de hand van sterretjes aangegeven.
In de eerst genoemde periode zijn de zware buien tamelijk gelijk verdeeld over het land. In het noordwesten (Friesland, Noord-Holland) en het zuidoosten (oostelijk Brabant, Noord-Limburg) kwamen hoge neerslagsommen wat minder voor.
In de laatste periode (1957-1975) is een duidelijk concentratie te zien in het Rijnmond gebied bij Rotterdam en rond de monding van de IJssel rond Kampen en Zwolle. Verder ook meer zware buien bij de Vaalserberg. Drente en het zuidoosten van Groningen kregen minder met buitensporige zomerbuien te maken.
Het commentaar van de heer de Jong hierop: "Het kan haast niet anders of de versterkte neerslag op het Gooi, in Rotterdam en nabij de IJsselmond, heeft de kans op zware buien in de kop van Drente en de Veenkolonies doen afnemen.
Anders gezegd: de industrie houdt de regen weg uit de landbouwstreken. De zware zomerbuien worden in het zuidwesten en midden van het land dusdanig opgepord en uitgemolken, dat ze daar meer neerslag laten vallen dan vroeger. Als de buien later het noordoosten bereiken, zijn ze niet meer zo goed bevoorraad met regenwater".
Victor
Quote selectie