Onder in een hogedrukgebied stroomt de lucht weg over de isobaren heen. Dit gebeurt nauwelijks in de bovenlucht, waar de winden evenwijdig met de isobaren waaien. Dit heeft te maken met de wrijving. Er is sprake van chronische divergentie die het hoog a.h.w. leeg zuigt en subsidentie uitlokt. Door subsidentie warmen de middelbare luchtlagen op en samen met divergentie zorgen ze voor het verdwijnen van het hogedrukgebied. Koude lucht impliceert hogedruk en afkoeling zorgt voor drukstijging aan de grond. Afkoeling is dus nodig om het leeglopen van het hoog te compenseren.
Grote oceanische hogedrukgebieden zoals het Azoren-hoog stromen langzamer leeg. Dat komt omdat de wrijving boven water geringer is, zeker wanneer de zeegang zich goed heeft aangepast aan de wind.
Quote selectie