Toch even een aantekening: Ik vind het wel uitmaken of je een Tx/Tn van 30/9 hebt of van 30/19 (Ik tel bijv. slechts 7x Tn ≥ 15° van mei-sep 1921).
Weet jij trouwens de gedachte achter de kwadratische afhankelijkheid van het aantal vorstdagen in het Vorstgetal van IJnsen? Misschien zou je analoog daarmee een kwadratische afhankelijkheid van het aantal warme dagen kunnen inbouwen.
Het zou me trouwens wel een beetje verbazen als IJnsen zelf nog niet met een definitie van een Zomergetal was gekomen. Staat er niets in Buisman deel I hierover? (Heb die even niet bij de hand.)
Groet,
Alwin
Quote selectie