Hoi Alwin,
De kwadratische meetelling van het aantal vorstdagen heeft een statistische reden: de frequentieverdeling van v is min of meer normaal verdeeld terwijl K (de totale temperatuursom van alle negatieve temperaturen), y en z scheef verdeeld zijn. Door v te kwadrateren wordt deze ook scheef verdeeld en heeft deze daardoor een betere lineaire correlatie met K, zodat voldoende aan de lineariteitsvoorwaarde werd voldaan (R² rond 0,9 meende ik). Bij het zomergetal is bij zowel Z (zomergetal), w, z, T als bij de totale temperatuursom van temperaturen boven de 20 graden sprake van een scheve verdeling. De R² van de regressie tussen zowel de individuele grootheden als het zomergetal en de totale temperatuursom van alle temperaturen boven de 18 gr. ligt boven de 0,85. Weliswaar is het zomergetal opgesteld voor de temperatuursom boven de 20 gr., maar aangezien de R² al zo hoog is bij T>18 gr. is het aannemelijk dat dit voor T>20 gr. nog hoger is. Indien nodig zou ik die aanname nog vluchtig kunnen onderbouwen door op basis van uurwaarden tussen 1980 en 2005 bijvoorbeeld een regressie te maken.
Gr. Ben
Quote selectie