Eerst de test met winters na oktobers met minstens 5 groenlandhoogdagen afgezet tegen de andere winters:
M1 = 6.0
SD1 = 7.5
n1 = 22.0
M2 = 7.6
SD2 = 7.7
n2 = 103.0
MD = -1.5999999999999996
t(123.0) = -0.8886146703644856
one-tail test:
p = 0.18797433896951118
two-tail test:
p = 0.37594867793902237
Het lijkt er dus op dat we de nulhypothese (dat de gemiddelden van beide groepen aan elkaar gelijk zijn) niet mogen verwerpen. (voor een beter begrip van onderstaande discussie met Alwin zeg ik erbij dat ik dit gewijzigd heb. Ik had hier eerder de verkeerde conclusie getrokken)
Dan nu de test voor winters na oktobers met mimimum 5 groenlandhoogdagen afgezet tegen winters na oktobers met nul groenlandhoogdagen:
M1 = 6.0
SD1 = 7.5
n1 = 22.0
M2 = 8.2
SD2 = 7.8
n2 = 64.0
MD = -2.1999999999999993
t(84.0) = -1.1521655844121939
one-tail test:
p = 0.12626274632615822
two-tail test:
p = 0.25252549265231644
Ook hier lijkt de nulhypothese dat de gemiddelden aan elkaar gelijk zijn niet verwerpbaar. (ook gewijzigd om zelfde reden)
Maar ik wil hierbij wel waarschuwen dat de onderzochte gegevens niet normaal verdeeld zijn. Een standaardeviatie die het gemiddelde overtreft, terwijl de waarden vd variabelen enkel uit natuurlijke getallen bestaan zegt genoeg. En een der assumpties bij een t-test is een normale verdeling van de betrokken intervalvariabele. In principe mogen we deze test dus helemaal niet uitvoeren.
In werkelijkheid vormt zich een verdeling met een positieve curtosis (waarden rond het gemiddelde komen vaker voor dan in een normale verdeling mag verwacht worden) en een zeer dikke staart aan de linkerkant (de nulkant) van het spectrum en een hele lange staart aan de rechterkant van het spectrum (rechtsscheve verdeling). Heel veel nulwaarden aan de ene kant van het spectrum en dan enkele extreme uitschieters zoals bijvoorbeeld 1940 en 1963 met meer dan 30 groenlanddagen op een winter maken het gebruik van gemiddelden en de gangbare statistiek die daarop wordt toegepast zeer problematisch. Om een idee te geven: als ik in de rij winters volgend op oktobermaanden met minimum 5 groenlandhoogdagen 1 nulwinterjaar vervang door een waarde van 25 (vergelijkbaar met winters 1982 en 1969, die ook in het rijtje oktober met minimum 5 groenlndhgdagen staan), dan stijgt het gemiddelde van deze serie van 6.0 naar 7.2. Deze reeks is dus heel gevoelig voor een extra outlier. Daarom lijkt het mij opportuun om de analyse zuiver bij de frequenties te houden. Zie ook verdere discussie.
mvg,
Dieter
Quote selectie