Ik ken er nog (hoewel niet persoonlijk meegemaakt):
De Kleine IJstijd (bron KMNI)
Een koudegolf van december 1586 tot en met september 1587 is een eerste forse inzinking van de Kleine IJstijd. Overal in West- en Midden-Europa wordt het in de tweede helft van de 16e eeuw kouder. De winters gaan achteruit met meer sneeuw en ijs, beginnen vaak al in november en duren tot maart of april. Vanaf 1530 worden ook de zomers koeler met herfstweer, compleet met storm en stormvloeden.
Uit historisch onderzoek van het KNMI, gebaseerd op talloze bronnen, zoals dagboeken, stadsrekeningen en jaarringen van bomen. blijkt dat de laagste kwart van de zestiende eeuw waarschijnlijk het koudste was in de afgelopen duizend jaar. Deze periode is het dieptepunt van de Kleine IJstijd. Ook de eerste kwart van de 17e eeuw was nog koud, maar daarna trad een duidelijk herstel op en werd het zelfs relatief zacht. Zo waren de winters van 1636 en 1637 in West-Europa zacht en de zomers in die jaren zelfs warm met opnieuw vroege en rijke wijnoogsten. De Kleine IJstijd kende dus grote natuurlijke variaties: koude periodes werden afgewisseld door series minder koude jaren.
Quote selectie