Kansen op het voorkomen van bepaalde absolute thermische gemiddelden over maanden/seizoenen zijn te bepalen aan de hand van herhalingstijden/kansverdelingen. Voor temperatuur is de Gumbelverdeling doorgaans het beste, ook voor de zomertemperatuur van De Bilt blijkt dit het geval te zijn (R²=0,99 van de fit over de hele reeks). Als je de herhalingstijd van een zomer zoals 2006 (Tgem = 18,5 gr.) bepaald voor de periode 1984-2006, dan komt deze op basis van de frequentieverdeling over die periode neer op 1/13 jaar.
De afwijking in de jaartemperatuur t.o.v. 1961-1990 over 1984-2006 bedroeg circa +0,8 gr., zie ook het plaatje onderaan met het verloop van de afwijkingen in de periode 1364-2000 in Nederland. Ook getoond is het resultaat van een low-pass filter om variaties met tijdschaal < 30 jaar te verwijderen (waardoor o.a. grootschalige trends overblijven). In het jaar 2006 is de afwijking circa +1,4 gr., oftewel een toename van 0,6 gr. in de afgelopen 10 jaar. Verschuiven we de frequentieverdeling over 1984-2006 naar de toekomstige verdeling voor 1995-2017 op basis van de trend van 0,6 graad, dan wordt de herhalingstijd voor een zomer met Tgem=18,5 nog maar 1/6,1 jaar. De kans op een zomer als 2006 is in de afgelopen 10 jaar dus [1/6,1]/[1/13] = 2,1x zo groot geworden.
Gr. Ben
Quote selectie