Met het lengen van de dagen en het klimmen van de zon, nemen de kansen op winterweer zienderogen af.
Ik moet er geen tekeningetje bij maken dat ik het met dergelijk uitspraak absoluut niet eens kan zijn. Spreken over het afnemen van winterkansen op 28 december omdat de dagen "lengen", dat is onzin van de eerste orde. Het tegendeel is waar. Statistisch is juist de periode tussen pakweg 10 januari en 10 februari de koudtste periode van het jaar. De periode tussen 10 en 20 januari wordt overigens - terecht zo leren de langjarige gemiddelden - in Vlaanderen "het putteke van de winter" genoemd. De meest spraakmakende winterperiodes hebben het in het tijdvak van 4 weken vanaf 10 januari gedaan en absoluut niet eerder.
Overigens neemt de kans op hoogwinter - alweer is dat statistisch aangetoond - ook na 10 februari maar zeer gestaag af, maar wel kan wellicht een correlatie gevonden worden tussen hoogwinter na 10 februari enerzijds en de voorgeschiedenis (voor 10 februari) anderzijds. M.a.w. een hoogwinter zal zelden of nooit zelfstandig beginnen na 10 februari als het al niet eerder op het seizoen koud was.
Slotconclusie: ik vind dat je wel erg kort door de bocht gaat, en simpelweg onjuiste dingen verkondigd die worden gelogenstraft door de langjarige gemiddelden, door op 28 december al te spreken van een "afnemen van de winterkansen door het lengen van de dagen en het krachtiger worden van de zon". Die zon speelt pas laat in februari voor het eerst een rol van betekenis. Misschien ben je daarbij februari 1986 vergeten? In de derde decade van die maand had de zon ook al wel kracht, maar toch was er netto nog iedere dag ijsaangroei en kon de elfstedentocht zelfs doorgaan.
Groetjes, Rikkie.
Quote selectie