Een voordeel is dat bij het berekenen van een gemiddelde over een groot aantal waarnemingen, meetfouten elkaar compenseren. Het vormt dus geen bezwaar om een gemiddelde in meer decimalen te berekenen.
Dat betwijfel ik. Je hebt hierbij een bepaald idee van de meetfouten, nl dat het een puur stochastisch verschijnsel is. Met andere woorden : je gaat uit van toevallige fouten. Die zullen bij middelen inderdaad tot een kleinere fout leiden.
Het punt is dit : de omstandigheden waaronder gemeten wordt kunnen kleine veranderingen ondergaan, zoals bebouwing, aanplanting, etc. De meetinstrumenten kunnen in de loop van de tijd minimale afwijkingen gaan vertonen.
De wind kan in het ene seizoen sterker geweest zijn dan in het ander, wat op de meetresultaten misschien wel een paar hondersten kan schelen. Bedenk dat je alleen de temperatuur van de thermometer met zekerheid meet en je hoopt maar, dat de omstandigheden zo goed gekozen zijn, dat die in hoge nauwkeurigheid gelijk is aan de luchttemperatuur. Want over de temperatuur van de lucht hebben we het toch?
Dit soort systematische fouten zullen niet altijd "weggemiddeld" worden. Daarom hecht ik nooit zo veel waarde aan een tweede of derde decimaal. Het KNMI geeft, m.i. terecht, een zomergemiddelde ook niet op met twee decimalen. Het zou volgens jouw beschouwing, waarin alleen toevallige fouten voorkomen, wel kunnen.
Groet,
Cees
Quote selectie