Ik heb daar al vaker iets over gezegd, maar ik snap deze stelling niet. Achteraf gezien komen in een zachte winter de zachte mogelijkheden uit, en in een koude winter de koude. Dat is, omdat een zachte winter zacht is, en een koude winter koud. Dat vind ik geen stelling, maar een tautologie, het is gewoon 2x hetzelfde zeggen

.
Het is bovendien volgens mij een fout, als je zegt dat zo'n stelling over verleden winters, een waarde voor de toekomst heeft. Hierbij wil ik het vergelijken met een dobbelsteen. Als je 10x achter elkaar gooit, en je telt de worpen op, dan kun je achteraf zeggen: bij een hoge totale uitkomst, komen veel hoge afzonderlijke worpen voor. Dat betekent echter niet, dat je na 5 lage worpen (wanneer de kans op een lage totaaluitkomst dus groter wordt) kunt zeggen, dat de volgende 5 een grotere kans hebben, om ook lage worpen te zijn.
Zo is het ook met de Postma-doctrine: inderdaad blijkt na een zachte winter, dat vaak de zachte oplossing is uitgekomen. Dat is alleen maar iets dat direct volgt uit het kenmerk dat de winter zacht was, maar geen verband waarmee je iets in de toekomst kunt. Het betekent niet, dat je na twee maanden met zachte oplossingen, puur statistisch, kunt zeggen dat het waarschijnlijk is, dat in de volgende maand hetzelfde gebeurt. Ik vind dat het weer, meer in het algemeen, sowieso te vaak als een wezen met een karakter, en kenmerken als een geheugen of een geweten of een eigen wil, wordt gezien

Maar misschien begrijp ik het idee niet goed, of zie ik iets over het hoofd
Quote selectie