Je begrijpt het idee niet goed.
In een zachte winter worden koude oplossingen minder koud en in een koude winter worden zachte oplossingen minder zacht.
Dit is van toepassing op synoptische kaarten met alleen fronten en isobaren. In een zachte winter voeren weerkaarten die alleen maar zacht uitvallen de boventoon. Zo was direct op de weerkaarten van de eerste 20 dagen van januari te zien dat het zeer zacht zou moeten zijn. Daar bestond geen twijfel over. Een weerkaart met een groot en standvastig hogedruk bolwerk over Noord-Europa en lagedruk in de Middellands zee levert gewoon koud winterweer op. Hoe koud het wordt kun je nog bediscusseren maar op den duur wordt er vanzelf Russische kou aangevoerd en gaat het stevig vriezen.
Maar er zijn ook van die twijfelsituaties, weerkaarten die op het eerste zich een kwakkelwinter meebrengen. Bijvoorbeeld bij een noordelijke stroming o.i.v. van een oceaanblokkade zoals twee weken terug, of bij een hogedrukgebied juist over onze omgeving. Voor de komende dagen zijn er ook kaarten die tweeslachtigheid zaaien.
Tegenwoordig hebben we toegang tot gedetailleerde data van o.m. GFS die de toestand van de grenslaag goed berekenen waar we de maximum temperatuur van af kunnen lezen. Maar dan nog zijn ze niet perfect. Bij het aanschouwen van een gewone weerkaart kun je er meestal vanuit gaan dat die kaart zachter uitvalt als het aantal weken zacht is geweest en kouder als het aantal weken koud was, waardoor de winter nog iets zachter/kouder wordt.
Eén van de redenen is dat we omringd zijn met water en dat water minder snel van temperatuur veranderd. In een zachte winter is de Noordzee warmer dan normaal. Het IJsselmeer, de Zeeuwse wateren en de Deense wateren hebben nog grotere afwijkingen en geven die warmte af wanneer er koudere lucht overheen stroomt zodat die in de onderste luchtlagen wordt getemperd. In een strenge winter hebben zich daar inmense ijsvlaktes gevormd. Wanneer daar zachte lucht overheen stroomt koelt die snel af, stabiliseert en een inversie beperkt de vertikale menging met een nieuw portie zachte lucht. Steekt er dan een krachtige zuidwester op van de oceaan dan wordt het ook na een koudegolf gewoon net zo zacht als zonder.
Maar ook de bodemgestelheid speelt een rol. Stel dat er polaire lucht binnenstroomt en het klaart 's avonds op bij afnemende wind. Wanneer de grond na een vorstperiode bevroren is en de bovenste laag uitgedroogd daalt de temperatuur veel verder dan wanneer die nog warm en vochtig is van een voorliggende westcirculatie.
Voor de komende dagen stonden kaarten op het programma die wezenlijk niet anders waren dan in de eerste week van februari 1996. We kunnen nu met die kaarten lichte, en zeer lokaal matige, vorst verwachten. Toen vroor het elke nacht streng met in Twente een laagste mimumum van -20 graden, bij dezelfde temperaturen op 850hPa en dezelfde wind. Puur omdat er koude plaklaag was die niet op de kaarten is te zien.
Victor
Quote selectie