Bericht van: Saskia (Diepenveen)
- moderator -
, 07-10-2007 14:55
Hmm ja ik had even verkeerd om gekeken blijkt nu, ik had eerst gewoon ook nog de bovenlucht er bij moeten pakken, want als je die kaartjes erbij haalt verandert het verhaal toch nog wat in de zin dat de bovenlucht ook zeer zeker belangrijk is.
We zien in grote lijnen hetzelfde gebeuren als aan de grond: in de bovenlucht splitst zich een trogje af welke zich ontwikkelt tot een afgeronde kern met lagere hoogte- en diktewaarden.
Als we dan naar de straalstroom kijken dan valt pas goed op dat deze ontwikkelingen ook allemaal gebeuren bij de linkeruitgang en daardoor dus gefaciliteerd worden.
Nu heb je dus die PVA voorafgaande aan het hoogtelaagje en daarbij ook nog eens de linkeruitgang van de straalstroom in de buurt. Beiden werken prima als (dynamische) forcering in de atmosfeer en zijn de reden dat de fronten boven ons zo actief uitpakken in deze run. Dit is ook te zien op de kaartjes van de vorticiteitsadvectie (positief in dit geval, dus PVA) en de verticale bewegingen in de atmosfeer (stijgend op zowel 700 als 500 hPa).
Op bovenstaand kaartje zien we trouwens ook dat de atmosfeer in de gebieden met stijgbewegingen boven de Noordzee stabiel is (positieve KO-index, blauwe lijntjes), er is geen potentiƫle onstabiliteit. Dat wil zeggen dat de lucht niet onstabiel wordt door de stijgende bewegingen en het optreden van convectie en onweersbuien onwaarschijnlijk is.
Verdere informatie: Over de diverse typen van (on)stabiliteit Duitse uitleg over de KO-index