Het is heel simpel, Stefan. Dat kaartje moet je wel letterlijk nemen.
Als je die kaarten letterlijk neemt voor het opstellen van een verwachting, dan ben je een belabberde meteoroloog. Want je neemt dan geen acht van de atmosferische situatie die resulteert in dat soort dingen. Je negeert dan hoe de convectieschema's werken. Je negeert ook modelonzekerheid. Het enige waar je m.i. wel gelijk in hebt, is dat dit de exacte resultante is van de berekeningen. Maar die resultante zal zelfs bij het nadraaien van het model al anders zijn. Een gevolg van gebrek aan rekenprecisie. Maar daar ging het Ruben niet echt om, het ging hem om het 'nut' voor een verwachting maken. Dat soort kaartjes hebben wel degelijk nut, als indicatie. Misschien vandaar de misverstanden?
En misschien daarom tijd voor les van mij over modellen, Johan?

Wist jij trouwens dat voor modelverificatie van ruimtelijke velden, zoals neerslag, -nooit- punt-op-punt verificatie gedaan wordt? Er worden algoritmen gebruikt die vormen herkennen en een tolerantie inbouwen voor ruimtelijke fout. Zo wordt bekeken of een model vooral een ruimtelijke fout heeft of een intensiteitsfout of beiden. Daaraan valt weer af te leiden of er problemen zitten in de initialisatiefase van het convectieschema (triggering) of juist de neerslagparameterisatie (die afhangt van de gekozen beschrijving van ijsdeeltjes, onderkoelde deeltjes, etc.). Die tolerantie in de modelfout volgt weer uit een kwantitatieve benadering van de ruimtelijke fout die resulteert uit de onregelmatige verdeling van waarnemingen en fouten in de waarnemingen zelf (de z.g. analysefout). Ook een eventueel bekende analysebias (standaardfout van het analysealgoritme) wordt nog meegenomen. Je zou kunnen zeggen dat de tolerantie T = T_analyse - T_bias.
Gr. Ben
Quote selectie