Een waardeloos verband, zoals ik al in 2005 heb onderzocht en hier op het forum heb bericht. Van de vijftien Elfstedentochten zijn er drie tijdens zonnevlekmaxima gehouden (1909, 1917 en 1947) en vijf bij meer dan 50 zonnevlekken (1917, 1929, 1940, 1947 en 1956). 50 vlekken is het langjarig gemiddelde. De kans dat die andere 13 of 10 tochten toevallig samenvallen met een 11-jarige cyclus is levensgroot, waarbij de crux is dat we maar kijken naar ~100 jaar en geen talrijke eeuwen. De conclusie is dat de correlatie zonnevlekken - elfstedentocht < 0,05 is en dat de kans op een Elfstedentocht bij een zonnevlekkenaantal kleiner dan 50 maar ~5% hoger is dan groter dan 50 (en dat is verre van significant).
Verder heb ik nog het volgende gedaan om te kijken of zonnevlekken überhaupt correleren met de wintertemperatuur: ik heb de wintertemperatuur genormaliseerd (gemiddelde aftrekken, delen door de standaardafwijking) en die gecorreleerd met de zonnevlekkenaantallen (ook genormaliseerd). De correlatiecoefficient komt uit op ~0,106 (ofwel circa 1% wordt verklaard). In werkelijkheid is dit vermoedelijk nog lager. Ik gebruik bewust geen Elfstedentochten hier omdat er geen garantie is dat de tocht gehouden wordt vanaf een bepaalde wintertemperatuur. De kwaliteit van het ijs is ook erg belangrijk naast de groei ervan op zichzelf. Wie het Hellmann getal gebruikt, komt tot eenzelfde correlatie.
Gr. Ben
Quote selectie