Het ijs van de poolkappen bestaat uit zoet water, als het ijs dan gaat smelten, zou het zoete smeltwater zich met het zoute water van de Golfstroom mengen.
Zout water is zwaarder dan zoet water en zakt dus makkelijker naar de bodem. Het zakken van het zoute water, veroorzaakt de Golfstroom. Warm oppervlakte water wordt steeds aangezogen om het gat van het dalende water op te vullen. Als het oceaanwater niet meer zout genoeg is om te dalen, wordt er dus ook geen oppervlakte water aangezogen. De oceaanstromen kunnen dan zo in de war raken, dat de Warme Golfstroom dan tijdelijk stopt.
De Golfstroom zou dan niet meer zover kunnen doordringen in het noordelijke deel van de Atlantische oceaan, het noordelijke halfrond zou dan overgeleverd raken aan de stromingen uit de Noordelijke IJszee. Hierdoor wordt het kouder en kan er een IJstijd komen.
Uit onderzoek van boorkernen uit de ijskap van Groenland weten we inmiddels dat de zeewatertemperatuur in het verre verleden (tienduizenden tot honderdduizenden jaren geleden) soms snel wisselde. Mogelijk had dit te maken met de veranderlijke sterkte van de Warme Golfstroom. Die Golfstroom kan dus vrijwel tot stilstand komen en dan kan het ijs in de Atlantische oceaan zich uitbreiden.
Pas als de ijskappen ophouden te smelten, dan zakt het zoute water weer weg naar de bodem en warmt Noordwest-Europa weer op.
Quote selectie