Over het verloop van de toestandskromme op de Skew T en de verschillende evenwichten:
Indien de toestandskromme minder steil is dan de droog- en natadiabaten, met andere woorden als de temperatuur sneller afneemt in de hoogte dan de droog- en natadiabaten, dan is het evenwicht in deze laag
absoluut onstabiel. Het verloop van de toestandskromme is overadiabatisch.
Indien de toestandskromme steiler is dan de droog-en natadiabaten, met andere woorden als de temperatuur minder snel afneemt in de hoogte dan de droog- en natadiabaten, dan is het evenwicht in deze laag
absoluut stabiel. Neemt de temperatuur gewoon toe met de hoogte dan spreken we van een inversie. Blijft de temperatuur gelijk met de hoogte dan heerste er in die laag isothermie.
Indien de toestandskromme minder steil is dan de natadiabaten doch steiler als de droogadiabaten, met andere woorden als de temperatuur sneller afneemt in de hoogte dan de natadiabaten doch minder snel als de droogadiabaten, dan is het evenwicht in deze laag
voorwaardelijk onstabiel. Dus onstabiel op voorwaarde dat het verzadigingspunt is bereikt, condensatie plaatsheeft, en de laag aldus natadiabatisch verder uitzet.
Indien de toestandskromme evenwijdig loopt met de de natadiabaten en dus steiler is dan de droogadiabaten, met andere woorden als de temperatuur op dezelfde wijze afneemt in de hoogte dan de natadiabaten en dus minder snel dan de droogadiabaten, dan is het evenwicht in deze laag
indifferent voor natadiabatische processen en stabiel voor droogadiabatische processen.
Indien de toestandskromme evenwijdig loopt met de de droogadiabaten en dus minder steil is dan de natadiabaten, met andere woorden als de temperatuur op dezelfde wijze afneemt in de hoogte dan de droogadiabaten en dus sneller afneemt dan de natadiabaten, dan is het evenwicht in deze laag
indifferent voor droogadiabatische processen en onstabiel voor natadiabatische processen.
Groet
Gert
Quote selectie