Hoe wordt er informatie verkregen over de ijsbedekking over bijvoorbeeld 10 000 jaren terug?
Proxies, bijvoorbeeld de aard van bodemsedimenten. Verder conclusies uit vermoedelijke temperaturen. Maar als ik zeg dat de ijsbedekking thans uniek dun is en daar zo'n tijdschaal aan vastknoop, zeg ik er wel nadrukkelijk 'vermoedelijk' bij.
Er schijnt trouwens over zowat de hele zeebodem daar een laagje eendenkroosresten in het sediment te liggen, ten bewijze dat die zee ooit geheel open en bepaald warm is geweest. Betreffende artikel ben ik helaas kwijt.
Is het ook bekend hoe dik het poolijs anno 1750 was bijvoorbeeld?
Daar is via via wel iets over bekend, inderdaad, maar opnieuw via omwegen. Walvisvaarders en Inuit, alsmede de ontdekkingsreizen die in feite eindigden met het falen van de missie Barentz. Oppervlak van het zeeijs, vooral 's zomers, is gauw een half millenium aardig in kaart te brengen. Het tegenwoordige gat aan de Beringstraatkant is volkomen onbekend.
Overigens spoelen thans Inuit-nederzettingen weg in Canada, die letterlijk duizenden jaren door zee-ijs tegen de golven beschermd zijn geweest (zo oud zijn die plaatsjes ook). Deze mensen behoren tot de eerste acute slachtoffers van de opwarming.
Vanaf half jaren 19twintig is de ijsdikte aardig bekend, vooral dankzij metingen van Sovjets. Die landden vliegtuigen op het ijs en gingen boren. Het uitgebreide archief hiervan staat online (ik heb even niet paraat waar, een NOAA-site meen ik). Vanaf de jaren vijftig kwamen hier tal van onderzeeërwaarnemingen bij.
Het beeld dat rijst uit al die metingen en poolreizigerservaringen is dat het Arctisch zee-ijs 'altijd' vrij constant orde drie meter dik is geweest, en de minimale oppervlakte nog altijd veruit het grootste deel van die zee besloeg - tot en met permanent landvast ijs aan vooral de Siberische kant. Wat Barentz overkwam moet tot voor enkele jaren geleden de regel zijn geweest.
Ik heb van jongs af heel veel poolliteratuur gelezen. Mijn indruk van het Arctische zee-ijs was dat het een behoorlijk constant, vast gegeven was, van inderdaad die ca. drie meter dik over het grootste deel van de zee. Wat er vanaf 2004 gebeurde heeft mij toen nogal geschokt, zo'n soort zekerheid had ik over de aard van dat ijs opgebouwd.
De gemiddelde dikte is sinds ca. 1980 meer dan gehalveerd.
Vanaf een dikte van ongeveer 60 cm over een groot oppervlak breekt het op en smelt ineens. Als je op de cryospheresite kijkt naar filmpjes van recente seizoenen is dat precies het fenomeen dat je ziet. Dit bewijst ook dat oppervlak totaal geen interessante parameter in deze is. Het gaat om dikte en om helemaal niets anders. Wie dus blij is met een 'herstel van het Arctisch ijs obv oppervlak' is hoogstwaarschijnlijk blij met een dode mus.
Quote selectie