Aangaande de gemiddelde zomertemperaturen
Grote verrassing is: Dalton Minimum met een afwijking van -0,40°. Dat die afwijking juist in de zomer zoveel groter is dan gedurende andere Minima van de zon, kan slechts wijzen op een andere oorzaak: vulkanisme (waaronder uitbraak Tambora in 1815.
Ik denk dat die oorzaak voor de lagere zomertemperaturen tijdens het Dalton minimum niet in hoofdzaak in vulkanisme moet gezocht worden. De uitbraak van de Tambora in 1815 valt eigenlijk helemaal op het einde van deze markante zomerinzinking, waarvan het zwaartepunt juist ligt in het laatste kwart van de 18 de eeuw, nl. de jaren 1775-1800. De compleet mislukte zomeroogsten van die periode zijn in de kronieken uitvoerig gedocumenteerd en het is duidelijk dat de markantste jaren daar in de late jaren 1780 liggen. De Franse revolutie in 1789 is trouwens duidelijk sterk aangestuurd geweest door de hongersnood die door deze slechte zomers (en mislukte graanoogsten) is ontstaan. In dat laatste kwartaal van de 18de eeuw, noch in de periode daaraan voorafgaand, denk ik niet dat er zich een statistisch zo aantoonbaar verhoogd vulkanisme heeft voorgedaan. Toch niet aan de hand van merkbare aerosolbelasting door grote uitbarstingen. Onderstaande tabel geeft juist aan dat dit wel het geval is geweest voor de periode 1550-1650, maar zeker niet in de 18de eeuw. Zoals gezegd valt die van de Tambora pas in 1815 en die van de Krakatau pas in 1883 (wellicht wel een verband met de strenge winters in de jaren daarna). De catastrofaal slechte zomers van de laatste 25 jaar van de 18de eeuw kunnen m.i. dan ook moeilijk aan vulkanisme te wijten zijn, dit terwijl de zeer koude jaren van grofweg 1560 tot 1640 wel een duidelijk frequent aantal grote uitbarstingen kende met aanzienlijke aerosolbelasting.
Quote selectie