Uit de cijfers (ook te zien in mijn grafiek) blijkt dat de zomers eind 18e eeuw gemiddeld helemaal niet zo koud waren; rond 1775 waren ze zelfs warmer dan welke periode dan ook in de 'kleine ijstijd'. In het jaar van de Franse revolutie (1789) was de zomertempatuur 15,9° hetgeen slechts 0,2° lager is dan het gemiddelde 1750-1850. Mislukken van de oogst toen kan niet aan de temperatuur gelegen hebben, wel aan (te) veel regen.
Een ware 'inzinking' van zomertemperaturen in onze contreien begint in 1799 en eindigt in 1821. In deze periode waren er maar liefst vijf jaren met een zomertemperatuur (NL) onder de 15 graden: 1799 (14,7), 1805 (14,0), 1810 (14,9), 1816 (14,1) en 1821 (14,7). Tijdens deze periode in elk geval 2 grote uitbarstingen: de 'onbekende vulkaan' in 1809 en de Tambora in 1815.
Ook meerdere middelgrote uitbarstingen kunnen gezamenlijk bijdragen aan extra aerosolen in de stratosfeer, wordt de laatste tijd duidelijk.
De periode van het Dalton minimum kan in elk geval niet geheel of zelfs grotendeels aan de zon worden toegeschreven, omdat de zon lang niet zo inactief was als bv. in het Maunder minimum, maar de zomertemperaturen wel een stuk lager.
Ik beweer niet dat de lage temperaturen in het 1e kwart van de 19e eeuw uitsluitend door vulkanisme werden veroorzaakt, wel dat dit mede een factor was.
Quote selectie