Zomers worden voor zover mij bekend alleen geclassificeerd op de temperatuur. Ik denk daarbij aan het warmtegetal (som van de etmaalgemiddelden boven de 18 graden) en het zomercijfer van IJnsen (http://home.kpn.nl/neele050/Zomercijfer.html).
Het leek mij geschikt om ook de neerslag en de zonneschijnduur in de beoordeling te betrekken. Daar deze grootheden fysisch niet herleidbaar zijn, kan dit alleen mogelijk gemaakt door een puntensysteem, vergelijkbaar met de telling die op ons forum voor de winter ontworpen is. (In het wintergevoelgetal worden temperatuur, sneeuw, ijzel en rij door middel van een puntentelling gecombineerd).
Bij het opstellen van een ZGG ben ik ermee begonnen de maximumtemperatuur en de neerslag tegenover elkaar te plaatsen. Pluspunten voor de temperatuur en minpunten voor de neerslag. Echt koude uitbijters krijgen ook minpunten.
Bij het toekennen van de temperatuurpunten ga ik zoveel mogelijk uit van de bestaande begrenzingen; warme dag, zomerse dag, tropische dag, ook aan een hittegolf worden extra punten toegekend. De neerslag is eenvoudig; elke millimeter één minpunt.
Voor de zon zijn minpunten bij zonloze dagen en sombere dagen en pluspunten voor zonnige, heldere (80% of meer) en zeer heldere dagen (90% of meer).
De punten worden per dag toegekend en worden gesommeerd, totdat aan het eind van de zomer de totaalsom bereikt wordt.
Het totaal ZGG komt gemiddeld iets onder nul, hetgeen ik compenseer met de punten voor de zonneschijn. Het systeem heb ik gekalibreerd voor de laatste vijftig decennia van De Bilt (1961-2010), zodat het gemiddelde precies op nul uitkomt. Daarbij reken ik over de maanden mei tot en met september, met die aantekening dat het ZGG van mei niet onder de nul mag komen en het ZGG van september niet onder de waarde van 31 augustus mag komen. In september blijf je doortellen tot het hoogste punt van de maand. In dit jaar was dat (naar alle waarschijnlijkheid) 6 september.
Het ZGG kan teruggerekend worden tot 1906. De hoogste waarde werd bereikt in 1947 (1087), de laagste negen jaar later (-612). Je kunt ook een klassement opstellen. In dat klassement komt dit jaar op de elfde plaats terecht, enkele plaatsen hoger dan op basis van het warmtegetal (15e plek, zie link).
Een voorbeeld van een gemiddelde zomer is 2004, met een schamele plus 1 punt, andere recente zomers scoorden -17 punten (vorig jaar), -341 (2011) en + 690 in 2006.
Een treffend voorbeeld van het belang van een breder systeem (niet alleen de temperatuur) is het jaar 1959. Op basis van het warmtegetal staat die prachtzomer op een tamelijk roemloze twintigste plaats. In de voorgestelde ZGG komt die zomer met 529 op een mooie zesde plaats, vijf plaatsen hoger dan deze fraaie zomer en nog voor de topzomers van 1983, 1995 en 1975.
De uitkomsten van de berekeningen volgens de voorgestelde methode, teruggaand tot 1906, zijn bij mij opvraagbaar.
Nota bene: alle gebruikte meteodata zijn afkomstig van het KNMI te De Bilt. Voor het maken van de berekeningen van de voorgestelde ZGG heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de sinds enkele jaren beschikbare historische datareeks op http://www.knmi.nl/klimatologie/daggegevens/download.html
Nota bene2: onweer heb ik niet in het systeem kunnen verwerken, het is tot mijn spijt niet voldoende kwantificeerbaar.
Quote selectie