zomerse onweersbui niet zelden veel meer neerslag oplevert als een verregende dag terwijl bij die eerste het zomergevoel misschien zelfs wel versterkt wordt in plaats van verlaagd.
Ik heb het eens handmatig nagezocht, voor de afgelopen drie jaar, die totaal van elkaar verschillen. De ratio neerslagduur (in uur) en neerslagsom (mm) is respectievelijk 0,56; 0,56 en 0,66, over de maanden juni tot en met augustus.
Juist het jaar van de droogte en de korte buien brengt verhoudingsgewijs meer neerslagduur. Absoluut maakt het nog steeds weinig uit, daar er zo weinig gevallen is.
De verschillen tussen 2012 en 2011, die wel beiden nat tot zeer nat waren, zijn absent, terwijl de tweede aanzienlijk ander weer bracht dan de eerste (met name augustus).
De neerslag in de zomers heeft toch overwegend een buiïg karakter. Warmtefronten, die in de winter langdurig miezerweer brengen, zijn in de zomer meestal weinig actief. Zelfs neerslag vanaf de Noordzee heeft vaak een buiïg karakter. Op grond hiervan maakt het, zeker op de lange termijn weinig verschil, of je de neerslagduur of de hoeveelheid neemt.
Wel kunnen sporadisch op dagbasis sifnificante verschillen in de genoemde verhoudingen optreden, maar dat is wat mij betreft onvoldoende om het voordeel van het gemak van de bepaling van de neerslagsom boven de neerslagduur teniet te doen.
Een kwestie dient nog wel correctie: neeslagduurmetingen in De Bilt zijn er al vanaf 1930. Dat betekent dat er, in tegenstelling tot wat ik eerder veronderstelde, wel degelijk een lange meetreeks opgesteld kan worden.
mvg, Paul
Quote selectie