Dat verklaart dus al een paar systematische fouten in je modelopzet.
Dit zijn de Tact-waarden om 1 en 7 uur (2 en 8 uur zomertijd) en geen Tmin-waarden.
Met name in de zomer wijkt je Tmin-06 af. Dat is volkomen logisch en ligt niet aan GFS maar zeer waarschijnlijk aan je eigen modelopzet. Je leest namelijk de temperatuur af om 8:00 lokale tijd, en dan is de zon in mei-juli al uren op (zonsopkomst eind juni is rond 5:20). Dat heeft dus heel weinig met de Tmin te maken en niet verwonderlijk is de afwijking juist dan het grootst. Ik durf daarom de voorspelling aan dat je dat effect in de komende maanden wederom zult zien.
Daarnaast lees je de Tact af, en niet de Tmin-waarden. Je gebruikt ze wel om een voorspelling te doen of deze de Tmin benadert, maar of deze tussen 00 en 06 nog stijgt, daalt, eerst daalt, dan weer stijgt, of geheel buiten deze termijn valt, hou je buiten beschouwing. Zeker dat laatste is in de winter meer regel dan uitzondering (Tn kan elk moment van de dag vallen, en zoals je zelf al aangaf valt Tn in heldere nachten vlak na zonsopkomst. In december is dat rond 8:45, buiten je termijn dus).
Heb je je modelinvoer wel eens vergeleken met de Tmin-kaartjes (die bestaan!) van GFS op bijvoorbeeld wetterzentrale, of met uitleesprogramma's?
Aan dit soort dingen zat ik inderdaad ook aan te denken. Daar komt nog bij dat het aflezen van een klasse van drie graden breed een onzekerheid meebrengt.
Daarnaast wordt er aan de kant van WZ nog allerlei interpolatie toegepast. De data wordt geherprojecteerd naar een andere projectie, zo te zien iets van Lambert of Albers, en er worden contourlijnen gemaakt op basis van de gridwaarden. Zou je beide stappen in één keer doen dan kom je weg met één interpolatie stap, maar het zou mij niet verbazen als dat vanwege praktische redenen in twee keer gebeurd, dus met twee keer een interpolatie. Van DMO is al niet echt sprake meer na al dat soort stappen.
En het belangrijkste is nog wel het feit dat GFS niet voor één klein punt rekent, maar voor een cel/pixel met een ruimtelijke dekking. De Europa kaartjes van WZ zijn volgens hun website gebaseerd op de uitvoer van één graad resolutie. De cel waarin het coördinaat van de Bilt valt bevat onder andere stukken van het Markermeer, zelfs een stukje Noordzee, bossen van de Heuvelrug, de meren als Loosdrechste plassen etc. De informatie waarmee het model wordt gestart is ongetwijfeld geparameteriseerd om representatief te zijn voor dat oppervlak. En zal niet geparameteriseerd zijn voor het grasveldje achter bij het KNMI, wat relatief makkelijk uitstraalt. De bodemsoort, bedekking etc heeft invloed op de warmte uitwisseling met de bodem, de ruwheid van het oppervlak heeft invloed op de afvoer van voelbare warmte etc.
Allemaal zaken die een verschil tussen de gridcel van GFS, en de vierkante meter waarop de hut in de Bilt staat, kunnen verklaren.
Het blijft dan interessant om dat te vergelijken, want de weersverwachtingen voor één specifieke plek worden immers ook gemaakt op basis van ruimtelijke modeluitvoer. Je kan zo'n vergelijking dan wel gebruiken om bijvoorbeeld GFS uitvoer te vertalen naar een verwachting voor de Bilt. De functie van de MOS'jes is ook voor een deel die vertaling, van de ene locatie (ruimtelijk) naar de andere (punt). En natuurlijk ook voor deel het corrigeren van de fouten/beperkingen van het model. Maar je kan wat mij betreft niet concluderen dat elk verschil komt vanwege een slecht model.
Quote selectie