Zeker niet, maar met de pure koude-productie viel het eigenlijk telkens tegen. Die winters scoorden volgens de oude normen gewoon modaal, terwijl de luchtdrukconfiguraties dat allerminst waren. Een echte wintermaand met op en top winterweer blijft gemiddeld 2 tot drie graden onder nul. Een hele grote wintermaand gaat naar -4/-5 gemiddeld.
Wat betreft koude zijn sinds 1987 enkel overgang 1996/97, een stukje februari 2012 en maart/april 2013 echt opmerkelijk geweest. 3 periodes in 20 jaar. Dat is weinig qua frequentie. Het lijkt me dan dat almaar extremere luchtdrukpatronen nodig zijn om tot substantiële kou te komen. Noordoostenwind brengt de laatste twee decennia vaker grijze stratus met temps net boven nul dan echte kou. Dat komt omdat er almaar minder koude-opbouw is boven Scandinavië. De aanvoergebieden hebben het meest onder de klimaatopwarming te leiden. Steden als Stockholm en St-Petersburg hebben in de afgelopen 100 jaar gemiddeld ruim de helft van hun Helmanproductie verloren. Het ijs ten oosten van Spitsbergen reikt veel minder zuidelijk dan vroeger. Het duurt dus langer dan vroeger om Scandinavië onder de invloed van de arctische ijszeekou te krijgen. Hierdoor koelen de vele meren en de Oostzee veel trager af, duurt het langer voor er ijs wordt gevormd en omdat er geen ijs ligt, heb je ook minder ter plaatse gemaakte koude. 2013 vond ik een mooi voorbeeld. Toen het hier begin maart heel zacht werd, lag Scandinavië en NW- RUsland voor 1 keer wel nog onder een dik pak sneeuw. Het werd er even zachter, maar de hoeveelheid smeltwarmte die nodig was om echte dooi in te luiden was te groot om met 1 Atlantische aanval de winter aldaar te verdrijven. Zodra de circulatie even stilviel, kwam de koudeproductie weer op gang. Het vocht verdween weer snel uit de atmosfeer en de temperatuur kelderde weer. De kou liet er zich niet verdrijven en sloeg terug.
mvg,
Dieter
Quote selectie