Het wordt wel almaar moeilijker. Het klimaat is nu al ruim een graad warmer dan 60 jaar geleden. Februari 1956 zou op basis van dat uitgangspunt nu sowieso een dertigtal Helmannen minder scoren.
Maar dat is niet alles. In onze brongebieden is het verlies van koude nog veel groter. Het duurt daar dus langer om tot een groot vorstreservoir te komen. Daar ligt voor mij ook een van de redenen waarom gunstige luchtdrukverdelingen niet alleen minder frequent (minder koude aan de bodem betekent minder makkelijk spontane drukstijgingen) voorkomen, maar ook vaker weinig kou brengen. Het laatste decennium hadden we enkele keren een stevig scandihoog, maar in de noordoostelijke aanvoer van over de Oostzee brachten zelfs bovenluchttemperaturen nabij de -10 geen ijsdagen.
Maart 2013 was dan een mooi tegenvoorbeeld; Die winter was in NW Europa aan de koude kant. December was toen al koud in Scandinavië/NW Rusland (grote gelijkenis met dec 1955). Er had zich een stevig ijs en sneeuwdek gevormd. De grote meren en zeebaaien in NW RUsland waren dichtgevroren. Hierdoor was de Oostzee voldoende afgekoeld in het tweede deel van de winter en had de aangevoerde lucht een voldoende laag dauwpunt voor een zeer koude episode in maart/april.
mvg,
Dieter
Quote selectie