Recent is er best veel kritiek op de homogenisatie van het KNMI. Zo lees je hier en daar dat het een puur statistische exercitie is. Waarbij gefluisterd wordt dat het wel heel verdacht is dat in de nieuwe reeks de oude gegevens qua temp. lager uitpakken. Mijn eerste gedachte was, hoezo is dat verdacht? De aarde warmt op. Logisch dat het aantal zomerse dagen naar beneden gaat, bij een bijstelling.
Nieuwsgierig als ik ben ging ik eens verder op onderzoek. Wellicht vergis ik me, mede daarom dat ik het hier deel, maar volgens mij zijn een deel van de beweringen niet juist. En dan vooral dat het puur een statistisch verhaal is.
Allereerst is het belangrijk om te weten dat inhomogeniteit niet te voorkomen is. Verplaatsen van de meetinstrumenten. De omgeving (bomen e.d.)
Een belangrijk deel van het homogeniseren is het gelijktijdig meten. Dus je meet dan op de oude manier en op de nieuwe.
Op de site van het KNMI staat: Op alle stations zijn parallel (tegelijkertijd) gemeten op zowel de oude als nieuwe locatie. De benodigde correcties, nodig voor de homogenisatie, zijn afgeleid door beide temperatuurreeksen met elkaar te vergelijken.
http://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/gehomogeniseerde-tijdreeksen-dagwaarden
Ik vervolg. Als je de onderstaande mutaties ziet, dan is naar mijn idee het homogeniseren een logische gevolgtrekking. Wil je een zinvolle temperatuurreeks (vergelijken!) dan zal je moeten kijken wat de gevolgen zijn van de verplaatsing.
1 augustus 1972 werd station Den Helder, gelegen aan de Noordzeedijk verplaatst naar De Kooy, zuidoost van Den Helder in de polder;
In deze link vind ik : http://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/gehomogeniseerde-tijdreeksen-dagwaarden
Voor dit De Bilt nog dit:
Brandsma (KNMI) homogeniseerde de De Bilt temperatuur ook door gebruik te maken van een meer fysisch gebaseerde methode (in tegenstelling tot de statistische benadering die hier gebruikt wordt). Hij corrigeerde voor de vervanging van de Pagode voor de Stevenson hut, de verplaatsingen in 1950 en 1951, een verlaging van de Stevenson hut van 2.2 m naar 1.5 m die plaatsvond in juni 1961 en het vervangen van de kunstmatig geventileerde Stevenson hut met het huidige schotelhutje in juni 1993. Tenslotte corrigeerde Brandsma nog voor een kunstmatige opwarming van 0.11°C per 100 jaar door het stadseffect van het uitdijende Utrecht. De correctiefactoren van Brandsma voor de breuk in 1950 en de factoren gevonden in de huidige studie komen goed overeen (figuur 4). Het gebruik van een filter op aanpassingsfactoren voor de breuk in De Bilt die we toepassen, maakt dat onze aanpassing wat voorzichtiger is dan die van Brandsma. De aanpassing voor de breuk van 1968-69 en Brandsma’s correctie voor het stadseffect zorgen ervoor dat de twee reeksen verschillen. De RMS van de jaargemiddelde verschilreeks is 0.1°C.
Naar mijn idee is de kritiek dus wel wat overdreven. Wat mij wel bevalt is dat er kritisch wordt meegedacht. Niemand is zonder fouten. Verschillende visies kunnen bestaan. Maar als je een weerwoord geeft, onderzoek verricht, gebeurt dat dan wel grondig?
(onder het voorbehoud dat ik dingen over het hoofd heb gezien).