Thuis staat bij mij de Bosatlas van het Klimaat in de boekenkast, met daarin een kaartje van Nederland met daarop het aantal bliksemontladingen in het tijdvak 1990-2010. De ruimtelijke resolutie in de metingen is vermoedelijk niet zo hoog en waarschijnlijk zijn daarom pixels nogal groot. Mijn oog viel op pixels in de zuidwesthoek van Utrecht waar twee bruinrode pixels (interval met 150-175 ontladingen) afsteken tegen een rode achtergrond (125-150 ontladingen). Niet geheel toevallig ben ik woonachtig in dit deel van de provincie en weet ik dat de positie van de twee pixels ruwweg overeenkomt met de positie van de "snuffelpaal" van het KNMI (tussen Cabauw en Lopik in, pixel meest linksonder) en de bekende "Gerbrandytoren", de televisie/radiotoren op het grondgebied van IJsselstein, goed zichtbaar voor eenieder die wel eens op de A2 rijdt in deze omgeving. De KNMI mast is zo'n 200 m hoog, de Gerbrandytoren > 360 m. Op het Google-kaartje hieronder heb ik met rode stippen aangegeven waar ruwweg beide masten staan. Je voelt de vraag al wel aankomen: Is dit (a) statistisch relevant? Zo ja, (b) Vergroten de masten de kans op blikseminslag?
Voor wie bij (b) roept dat het antwoord "ja" moet luiden: Ik kan me voorstellen dat bliksem bij voorkeur in een hoog object slaat, maar betekent dat nu ook dat het aantal inslagen in dat gebied groter wordt? Oftewel, was de bliksem bij afwezigheid van de toren misschien toch wel ingeslagen maar dan in een lager gelegen punt?
Tweede kanttekening is dat ik heb gezocht waar in Nederland nog meer van dergelijke torens staan en of daar in de buurt ook meer ontladingen zijn. Ik heb dat voor een handjevol torens gedaan (Hoogersmilde, 294 m, bijvoorbeeld. Tijd geleden ingestort maar nog fier overeind in 1990-2010 periode) en daar is de relatie met het aantal ontladingen, dat te zien is op het kaartje, minder evident.
De vraag is dus: Is een en ander toeval of niet?
Paul
