Het item gaat over de versnelde afsmelt van het zuidpoolijs. Een slapende reus die kan zorgen voor 60 meter verhoging van de zeespiegel.
Kanttekening: die 60 meter komt er pas op zeer lange termijn. Ik meen dat hij over duizenden jaren sprak. Maar ook eenstijging van 1,5 meter aan het eind van de eeuw wordt al een probleem. Aanpassen, zegt Wim. Dat zullen we wel moeten, ook als we de klimaatdoelen zouden halen (wat ik niet geloof). Maar hoe passen we ons aan aan 1,5 meter zeepiegelstijging? Of 3 of 4 meter over 200 jaar?
Als alle ijs van Groenland en Antarctica smelt stijgt de zeespiegel 60 tot 70 meter. Dat is voorlopig niet aan de orde inderdaad. Maar berichten over anderhalve meter aan het eind van deze eeuw begrijp ik niet. Want als we kijken naar wat er nu smelt, dan zorgt Groenland voor één mm stijging per jaar, en Antarctica met deze nieuwe 'alarmerende' cijfers 0,6 mm per jaar. Stel dat dit voor beide nog verdubbelt of verdrievoudigt, dan nog overschrijd je niet de 5 mm per jaar. Zo moet je door het smelten van landijs tot het eind van de eeuw iets in de orde van 30 cm zeespiegelstijging verwachten. Samen met de tot nu toe gangbare stijging van 20 cm per eeuw geeft dit een halve meter. De vraag is waar er dan nog een hele meter vandaan kan komen? Dat komt overeen met ongeveer anderhalf procent van de totale hoeveelheid landijs. Die zou dus moeten afbreken vanaf de randen van Groenland en Antarctica. Omdat het ijs aan de randen minder dik is dan in het midden, gaat het dan om een oppervlakte die ruim groter is dan die 1,5%, bijvoorbeeld 5%. Wordt er werkelijk rekening gehouden met een afkalving van een dergelijke grootte? Daar hoor je nooit (meer) wat over. Hoewel er jaren geleden verhalen waren dat de hele Ross-shelf af zou kunnen breken.
De kop in Trouw was daarom toch wat misleidend: 'Een forse zeespiegelstijging', want dat ging alleen over die 0,6 mm per jaar, en dat geeft bij gelijke voortzetting 5 cm tot het eind van de eeuw. Dat kun je toch moeilijk 'fors' noemen.
Quote selectie