Donderdag verscheen een brief in het vakblad Science over de emotionele moeilijkheden die milieuonderzoekers ondervinden. In tegenstelling tot wat soms verwacht wordt, zijn wetenschappers geen emotieloze wezens. Zij die dagelijks omgaan met het verlies van biodiversiteit, het verlies van natuurgebieden, het smelten van gletsjers en de poolkappen en andere antropogene klimaat- en landschapsverandering hebben het daar weldegelijk op persoonlijk vlakmoeite mee. Een structuur om hier als wetenschapper mee om te gaan bestaat niet, en erover praten is niet is wat bij je status als feitenverzamelaar past.
Waarom is dit belangrijk? Ik bespeur bij veel academici, en ook bij mezelf een gevoel van hopeloosheid, "alles gaat naar de kloten". Dit soort gevoelens bemoeilijken het zoeken naar oplossingen en verhinderen creatief denken. Iets waar wat mij betreft iets meer aandacht voor mag zijn, zeker ook binnen de meteorologie en klimaatwetenschap.
Quote selectie