Zo'n honderd jaar geleden werd algemeen aangenomen dat de zonnevlekkencyclus het weer bepaalde. Zelfs in de jaren vijftig werden er nog serieuze pogingen gedaan het weer hiermee een aantal jaren vooruit te voorspellen. Daarna is men zich toch gaan realiseren dat die voorspellingen niet vaak uitkwamen en zijn de zonnevlekken op het KNMI in onbruik geraakt bij het maken van verwachtingen. Maar op sommige plekken schijnen ze nog gebruikt te worden om winterverwachtingen te maken.
Vrijwel evenveel zachte winters met weinig zonnevlekken waren als strenge
In de meest simpele vorm wordt gesteld dat strenge winters een laag zonnevlekkengetal hebben. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de observatie dat bijna alle elfstedentochten - behalve in 1947 - verreden zijn in een maand met minder dan vijftig zonnevlekken. Nu heeft tweederde van alle maanden een zonnevlekkengetal onder de vijftig, dus er moeten ook heel veel zeer zachte wintermaanden bij zijn. In de grafiek is te zien dat er vrijwel evenveel zachte winters met weinig zonnevlekken waren als strenge. Er is weer een heel licht verband de goede kant op, maar dit is weer weinig betrouwbaar (p=39%). Zelfs over de bijna 300 jaar van de Zwanenburgreeks wordt dit niet beter.
Een recente variant van de zonnevlekkentheorie zegt dat de polariteit van het magnetische veld van de zon een rol speelt. Dat zou in de ene cyclus van elf jaar evenwijdig zijn aan dat van de aarde, en de volgende cyclus tegengesteld. Met behulp van KNMI Climate Explorer is naar de volle 22-jarige cyclus gekeken. Over de hele eeuw is weer geen enkel verband te zien.
Link naar het artikel
Quote selectie