De atmosfeer heeft een zekere traagheid, ook waar het gaat om de variaties in activiteit van de zon (ervan uitgaande dat die van invloed is). Als je bijvoorbeeld puur vergelijkt de globale straling op het moment van zonsopgang en zonsondergang, zie je ook grote verschillen in temperatuur en weinig correlatie.
Een Finse onderzoeker (V. Maliniemi, samen met T. Asikainen en K. Mursula) heeft in een onderzoek vanaf cyclus 11 wel rekening gehouden met de traagheidseffecten. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2013JD021343/abstract Hij kijkt naar de invloed op de NAO (zie figuur 2).
Nog steeds is er de onvermijdelijke ruis, maar de dalende fase geeft overwegend positieve NAO, het minimum en de stijgende lijn vaker een negatieve. Zelfs het maximum van de cyclus geeft meer kans op een negatieve NAO dan de dalende fase.
De NAO correspondeert niet een op een met de Nederlandse wintertemperatuur, maar het was wel interessanter geweest om die te correleren met de fases van de cyclus, dan zoals dat nu gebeurd is.
Enkel naar het zonneminimum gekeken hebben we een meer geblokkeerde atmosfeer, data vanaf 1871.