Zeker, 1985 is daar hèt voorbeeld van. In een mum van tijd lag het nieuwe ijs er in februari in nadat het januari-ijs al verdwenen was schreef plaatsgenoot Ybema hier eens.
De voorgeschiedenis is altijd een factor. Ik denk dat het ook gaat om de hele omgeving van het water: bodem en kanten. En natuurlijk de watertemperatuur bij invallen van de vorst. Als er zelfs nog een restant oud ijs ligt gaat het helemaal snel.
Zo'n beschouwing op basis van een gemiddelde temperatuur over een periode is om allerlei redenen beperkt. Vroeg in het seizoen? Warme bodem. Laat in het seizoen? Instraling van de zon. Sneeuwval? IJs minder geschikt, of ongeschikt. Of remming van de aangroei. Te veel wind? Windwakken en/of grondijs.
Je ziet eigenlijk dat in 97 alle factoren gunstig waren. Daardoor kon de tocht na twee weken vorst gehouden worden. (Terwijl er nog een dooi om de noord tussen zat). Ik herinner me ook geen ander jaar waarin er nooit ergens een spoor van water op het ijs te bespeuren was, ook niet aan de kanten. En ik heb heel wat gereden dat jaar. Op het laatst, op 11 januari reden we op de Nieuwkoopse Plassen. Het ijs was zeker 25 tot 30 cm dik. Hier en daar scheuren die tot meer dan 10 cm diep waren uitgesleten. Een schitterend schaatsjaar!
Quote selectie