Monnikenwerk levert nieuw inzicht op
Jippe Hoogeveen (19) houdt wel van een uitdaging. De student wiskunde en informatica verrichtte monnikenwerk door alle dagelijkse weerkaarten vanaf 1836 na te pluizen, op zoek naar een verandering in dominante windrichting in ons land. De uitkomst is opmerkelijk: een toename van zuidwestelijke wind verklaart volgens hem grotendeels de stijging van de temperatuur in Nederland. „CO2 heeft geen directe invloed.”
Het is weinig studenten gegeven: al tijdens je studie een artikel publiceren in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift. Toch is dat wat Jippe Hoogeveen, met een beetje hulp van zijn vader, afgelopen juni is gelukt. ’Winds are changing: An explanation for the warming of The Netherlands’ verscheen in het International Journal of Climatology.
„Ik had verwacht dat het moeilijker zou zijn”, zegt Hoogeveen senior, zelf werkzaam aan de Universiteit Utrecht. „Want onze conclusies bieden toch wel een afwijkend geluid.”
Wat heet. Officieel is onze opwarming vrijwel volledig te wijten aan de menselijke uitstoot van CO2.
„Op de website klimaatgek.nl van Rob de Vos was ik al verhalen tegengekomen over de invloed van de veranderende windrichting op onze temperatuur”, vertelt Jippe. Toen augustus 2020 een nieuwe hittegolf bracht, startte de bolleboos zijn eigen speurtocht. Uiteindelijk stuitte hij op een digitaal archief met dagelijkse weerkaarten van de Duitse Wetterzentrale. Die gaan terug tot 1836. Het stelde Jippe in staat een stap verder te gaan dan De Vos en het KNMI.
„Zij bestudeerden alleen de veranderende windrichting aan de grond bij het weerstation De Bilt. Maar dat zegt niet genoeg. Het zegt namelijk niets over het echte brongebied van de windstroming. De luchtstroming kan best vanuit het zuiden komen, en dan vlak boven Nederland toch nog een draai maken, waardoor het lokaal oostenwind lijkt te zijn.”
Zes maanden lang bladerde Jippe door de oude weerkaarten, en noteerde voor elke dag het brongebied. Hij rangschikte ze en stopte ze in een eigen computerprogramma. Uitkomst: de windrichting komt veel vaker uit warme windrichtingen, zoals het zuidwesten. „Met regressieanalyse, dat is een statistische techniek, berekende ik de samenhang tussen die veranderde windrichting en de stijgende temperaturen.”
Het verband blijkt sterk. En dat werd nog groter toen Jippe in zijn analyse de periodieke verandering van de zeestroming van de Atlantische Oceaan (de Atlantische Multidecadale Oscillatie - AMO) en de wisseling van zonne-intensiteit meenam. „Luchtcirculatie verklaart het grootste deel van onze opwarming, met een kleine rol voor de AMO en de zon”, concludeert Jippe.
Hoogeveen senior: „We hebben ook naar CO2 gekeken, maar die lijkt geen rol te spelen bij de verklaring van de opwarming.”
Critici opperen dat het CO2-signaal, en dus de invloed van menselijke broeikasgassen, verstopt zit in de warmere lucht uit het zuiden. Hoogeveen senior: „Ook voor de opwarming van de brongebieden hebben we gecorrigeerd. Het kan best zijn dat CO2 invloed heeft, maar wij zien het niet. We snappen nog zoveel niet aan het klimaat. Een tunnelvisie helpt daarbij niet.”
Het KNMI laat weten dat het de dataset van Jippe over waar de wind vandaan komt ’zeer waardevol’ vindt. Vader en zoon zijn in elk geval van harte welkom bij het KNMI voor een gesprek. Han en Jippe staan daar open voor, maar hebben nog geen officiële uitnodiging ontvangen. Han: „Het is voor ons op fietsafstand.”