Stel dat er gemiddeld genomen er een globale afwijking van + 1,5° (t.g.v. menselijke vervuiling) wordt geregistreerd. Dan zal de gemiddelde globale neerslagintensiteit in principe hiermee recht evenredig moeten zijn. Echter, regionaal kan de afwijking veel hogere of veel lagere waarden bereiken (t.g.v. persistente druk- en dus weerpatronen, t.g.v. global warming).
Een wereldwijd gemiddelde temperatuurstijging van 1,5 graden betekent sowieso al niet dat het overal ook zoveel warmer wordt bij dezelfde toename in de hoeveelheid broeikasgassen. Want oceanen warmen veel langzamer op, waardoor ons zeeklimaat bijvoorbeeld minder snel opwarmt dan continentale gebieden in Eurazië. Dan heb je dus per saldo al geen uniforme toename in de maximale vochtcapaciteit van de atmosfeer. En dat hoeft ook niet perse gelinkt te zijn aan een hogere neerslagintensiteit, want er spelen ook nog andere zaken een rol. Je kan ook een hele warme luchtkolom hebben die erg droog is. Dan krijg je niet ineens hevige regen. Alleen is het wel duidelijk dat de lucht meer vocht kan bevatten wanneer deze warmer is, waarmee de potentie voor hoge neerslagintensiteiten toeneemt.
En dan is er ook nog iets zoals: Het weer.
Ook vóór de snelle verandering van het klimaat zoals we die nu zien bestonden drukpatronen natuurlijk al, en daarmee ook regionale verschillen in anomalieën voor allerlei variabelen als temperatuur en vocht. Omdat in een niet-zo-snel veranderend klimaat de drukgebieden mogelijk anders waren geweest, kan je een situatie natuurlijk nooit 1-op-1 vergelijken. En sowieso gaat dat over hele andere tijdschalen dan waarop we het klimaat bekijken.
Er is in ieder geval consensus over dat een warmere luchtkolom meer vocht kan bevatten - wat ook logisch is, zie fysica - maar veel minder over hoe drukpatronen zijn (of gaan) veranderen als gevolg van klimaatverandering. Juist ook omdat het weer zo variabel is.