Artikel link en misschien even de vertaalknop aanzetten --->
De Irminger convectie begint ook al invloed te krijgen van de verzoeting en is een laatste baken van convectie in deze hoek. De Noorse stroom is ter compensatie dus een stuk sterker geworden met veel warmwater transport richting het noorden van Noorwegen (zie artikel verdiepingsforum). Ook het warmere water in de Irminger en labrador zee zou een teken zijn dat het gewoon ophoopt aan het oppervlak. Wat dan mogelijk een groenlandhoog in de hand werkt? En het warme water en weinig ijs ten noorden van Scandinavië en Rusland ook daar hogedruk boven noord Europa in de hand werkt als dit klopt?
.
De AMOC zwakt af en zoekt een herbalans via de Noorse stroom en een wankelende Irminger zee. We spreken dan nog niet van 23.000 kubieke kilometer aan zoetwater die klaar ligt in de Beaufort Gyre om losgelaten te worden de komende jaren ergens richting de Labrador en Irminger zee.
.
Een stukje analyse door Gimini -->
Conclusie van het onderzoek: De Labradorzee functioneert niet langer als de "afvoer" van de oceaan waar water naar de diepte verdwijnt. In plaats daarvan wordt het een bassin dat warmer, zoeter en voller wordt, met grote gevolgen voor de warmteverdeling op de rest van de planeet (en mogelijk een zwakkere Golfstroom voor Europa).
.
In het onderzoek (en de grafiek) fungeert de Irmingerzee (onderdeel van de Eastern Subpolar North Atlantic, aangegeven met de paarse lijn en tekst in de figuren) als een belangrijke graadmeter voor de bredere veranderingen in de Noord-Atlantische Oceaan.
In de context van dit onderzoek zegt de Irmingerzee het volgende:
Terwijl de Labradorzee (CLS) bekend staat om zijn grilligheid, laat de Irmingerzee een veel constantere en extremere stijging zien. In Figuur (b) zie je dat de Irmingerzee (het diepblauwe/paarse gebied ten zuiden en oosten van Groenland) een stijging laat zien van wel 1,2 tot 1,4 cm per jaar. Dit is bijna vier keer zo snel als het wereldwijde gemiddelde.
De Irmingerzee fungeert als een opslagplaats voor warm water dat vanuit het zuiden (de subtropen) naar het noorden stroomt. Het artikel wijst erop dat de Irmingerzee de laatste jaren te maken heeft gehad met een enorme toestroom van warm en zout water.
Dit warme water zorgt voor een sterische expansie (het water zet uit door warmte).
In de grafiek (c) zie je dat de paarse lijn (Oostelijke subpolaire regio) veel stabieler en hoger stijgt dan de rode lijn van de Labradorzee.
Het artikel beschrijft dat de Irmingerzee en de Labradorzee met elkaar verbonden zijn. Wanneer de diepe convectie in de Labradorzee stopt (zoals nu gebeurt), wordt de warmte in de omliggende zeeën (zoals de Irmingerzee) niet meer "afgevoerd" of gemengd met diep koud water.
De Irmingerzee fungeert hierdoor als een soort "warmtedeken" aan de rand van de Labradorzee.
De instroom van dit warme water uit de Irmingerzee naar de Labradorzee helpt mee om de convectie daar verder te onderdrukken.
Het artikel suggereert ook dat de stijging in de Irmingerzee deels te wijten is aan veranderingen in de wind (de atmosferische circulatie). De wind "stapelt" het warme water als het ware op in dit deel van de oceaan, wat de zeespiegel lokaal extra omhoog duwt.
Samengevat: Waar de Labradorzee het verhaal vertelt van het stoppen van de diepe motor (convectie), vertelt de Irmingerzee het verhaal van de extreme ophoping van warmte in de Noord-Atlantische Oceaan. Beide dragen bij aan de recordhoogte van de zeespiegel in de regio.