Een voorbeeld van een kans van 0:
· De kans dat pasen en pinksteren op één dag vallen
Een voorbeeld van een kans van 1:
· De kans dat eerste kerstdag op 25 december valt
voor de een [1] kan je ook 100 nemen, en dan de kans als percentage uitdrukken. Die tellen uiteraard niet op tot 100.
Ja, da's mooi en da's waar. Alleen hebben jouw twee voorbeelden onderling niks met elkaar te maken. Het een sluit het andere niet uit.
In het winterprognosevoorbeeld is dat echter wel het geval. Het is of een warme december, of een koude december. Je kan niet tegelijk een warme en een koude winter hebben. Totale kans ( = 100%) is dus gelijk aan kans op koud ( x% )+ kans op warm ( 100-x% ). Als de kans heel groot is dat het een koude winter wordt, dan moet de kans dat het een warme wordt wel kleiner worden, tenzij er iets fundamenteel fouts is met uw berekening.
Dus ofwel leun je meer naar de koude kant aan (kans op koude winter is dan >50%), ofwel meer dan naar de warme kant (kans op warme winter is dan >50%). Als je nog rekening houdt met een normale winter, dan gelden die >50% enz natuurlijk niet, dan is het wsl eerder van koud-normaal-warm 40-30-30 of zo, maar nooit geen 90-70-30.
Groet, Timothy
Quote selectie