Grondmetingen kunnen wel zuiverder zijn maar satellieten hebben een betere geografische dekking. Zijn die satellietmetingen inmiddels niet gecorrigeerd voor drift e.d?
Er zijn diverse mogelijke driftcorrecties, wat inmiddels heeft geresulteerd in een UAH en RSS datareeks, maar er zijn nog meer onopgeloste zaken. Sinds enkele jaren zit er bijvoorbeeld een duidelijke maar onverklaarbare jaarlijkse gang in de UAH-reeks. Die zit weer niet in de RSS-reeks maar die heeft daarentegen weer een onverklaarbare sprong in 1992. De foutmarges van de satellietwaarnemingen worden om die redenen groter geschat dan die van de grondwaarnemingen (we praten nog altijd over vrij kleine marges van 0,1-0,2°C, overigens). Het grote punt is dat satellieten op diverse golflengten meten en de temperatuur van diverse luchtlagen daaruit weer wordt geschat op vergelijkbare wijze als wolkentoptemperaturen worden bepaald. Die luchtlagen hebben een dikte van enkele honderden hPa's, de onderste laag (de TLT-laag) stelt formeel 1000-700 hPa voor. Er zijn dus diverse zaken, die geen rol spelen op grondniveau, die onzekerheid in de waarneming introduceren.
De satellietwaarnemingen zijn niet representatief voor de temperatuur op neushoogte netzomin als de waarnemingen op neushoogte dat zijn voor een luchtlaag van 300 hPa boven het aardoppervlak. Als het je opvalt dat er substantieel verschil is tussen de HadCRU/GISS reeksen en de datareeksen van RSS en UAH dan klopt dat absoluut, maar het is ook appels met peren vergelijken. Als je de satellietreeks herleid naar grondniveau worden de verschillen sterk gereduceerd, maar desondanks kent de satellietreeks zulke foutmarges dat niet aantoonbaar is dat de 30-jarige trend van de naar grondniveau herleide satellietreeks afwijkt van HadCRU/GISS. Men raadt echter af om die vergelijking zelfs maar te maken. Controle van de satellietwaarnemingen gebeurt middels de (gehomogeniseerde) waarnemingen van radiosondes, zoals gedaan is in
Sherwood (2007). Ook Sherwoord merkt weer zaken op die waarschijnlijk eerder bij de satellieten liggen dan de radiosondes:
,,Given that (outside 5S20N) the sonde warming is equal to or less than MSU for both TLT and Channel 4 vertical weights, one would also expect it to be on the low side in Channel 2, which straddles them. In fact it falls near the top of the reported MSU results for Channel 2. This peculiarity occurs for both the RSS and UAH datasets, though much more extreme for UAH. Insofar as the vertical distributions shown in Fig. 3 are very close to moist adiabatic, as for example predicted by GCMs (Fig. 6), this suggests a systematic bias in at least one MSU channel that has not been fully removed by either group.''
Ondanks alle foutmarges in de absolute waarden, die het bepalen van trends sterk bemoeilijken, is het grote voordeel van de satellieten inderdaad dat ze een betere ruimtelijke dekking hebben. Daarom vind ik niet verkeerd de waarnemingen te gebruiken om het ruimtelijke beeld van HadCRU/GISS te verifiëren. De gegevens van RSS bevestigen bijvoorbeeld de warme plek boven Siberië afgelopen maand (de afwijking verschilt natuurlijk).
Ik zal eens een post wijden aan alle waarneemreeksen die er zijn van de wereldwijde temperatuur en hun voor- en nadelen (plus de geschatte foutmarges).
Gr. Ben
Quote selectie