dat we een vorstperiode (feitelijk 2) hebben meegemaakt is toch uitzonderlijk, zeker (en dat bedoelt Ernest volgens mij) als je kijkt naar de afgelopen jaren. Jaren die grotendeels voorbij gingen zonder veel vorst, jaren waarin over de hele winter geen 30 punten werden behaald.
Hij vertaalt waarschijnlijk met peulenschil de term van het KNMI dat 'de kans groot is' (?)
Wat mij bezighoudt is wat dat betekent. Bedoelen ze daarmee dat het waarschijnlijk is, dat er meer dan 30 punten worden behaald of bedoelen ze dat de kans groot is. Dus bijv. was de kans voor een willekeurige 2e winterhelft 15% op 30 punten of meer en door statistiek blijkt dan het nu 30% is.
(Dus dat er een verband tussen het eerste gedeelte van de winter en het tweede gedeelte, anders zijn de resultaten van het eerste gedeelte niet relevant voor de 2e winterhelft!)
Het klimaat is veranderd, minder gunstig voor winterweer. Zelf heb ik grote vraagtekens of we die 30 punten binnen gaan halen. We zitten zo in februari, met minder gunstige nacht-dag verdeling. En meer invloed van een krachtige zon.
Er blijft voorlopig een grote uistroom van (ijs)koude lucht richting de Atlantische oceaan. Dat verandert niet zo maar. Pas na 1 februari zie je bij gfs (oper) minder uitstroom.
Quote selectie