Grote tegenstellingen op korte termijn. Zal dan toch de "oude" Postma doctrine nog steeds opgaan. Ook al is qua informatie voorziening zoveel verbeterd.
Blijft spannend in iedergeval.
gr
aaldrik
4 JANUARI 2009 - De weermodellen weten deze winter vaak niet goed raad met de weersontwikkelingen op langere termijn. Diverse keren kwam het al voor dat er dooi in het verschiet zat, die uiteindelijk toch niet kwam. Hoe kan dit nu en waar kunnen we het best van uit gaan? Voor de beantwoording van deze vraag maken weerkundigen wel gebruik van de zogeheten Postma doctrine.
De in de weerwereld zeer bekende meteoroloog Klaas Rienk Postma werd in 1913 geboren en overleed op 92-jarige leerftijd op 22 juni 2005. Hij begon zijn carriëre als meteoroloog bij het KNMI en bracht het uiteindelijk tot Hoofd Operationele Dienst bij ons nationale weerinsituut. Op de site van het KNMI staat een levensbeschrijving van Klaas Rienk Postma. Hij heeft een grote invloed gehad binnen het KNMI en ook daarbuiten.
De binnen en buiten het KNMI zeer gewaardeerde Postma stelde na jarenlang werkzaam te zijn als meteoroloog uiteindelijk zijn doctrine op. Het is nooit keihard bewezen dat zijn doctrine daadwerkelijk vaak klopt, maar het is een regel, die genoeg handvaten biedt om het verloop van een winter beter in te kunnen schatten.
De Postma doctrine stelt dat er gedurende een bepaalde winter een zekere consistentie bestaat in het winterweer. Als blijkt dat in een winter, zoals bijvoorbeeld die van dit jaar al aan het begin van de winter koude oplossingen winnen ten opzichte van zachte oplossingen, dit meestal de rest van de winter zo blijft. Tijdens de vele zachte winters van de laattse jaren zagen we juist dat zachte oplossingen steeds wonnen. Aangekondigde vorstinvallen bleven uit of liepen met een sisser af.
Op grond van deze Postma doctrine is er dus een goede hoop dat ook de rest van deze winter gemiddeld kouder zal verlopen dan normaal. Het woord Elfstedentocht zouden we niet nu direct al willen noemen - het valt nog te bezien of deze dit winterseizoen weer eens wordt verreden. We kennen in Nederland nu eenmaal een grillig klimaat. Zoals we in meerdere seizoenen wel zien kan een bepaalde trend soms opeens worden afgebroken, zonder dat we daar een echt sluitende verklaring voor kunnen vinden. Voorbeelden zijn de zomer van 2006 toen na een warme voorzomer en een zinderend hete julimaand het weer ineens dramatisch omsloeg en ook de winter van 1984/85, toen het na een zacht najaar en een eveneens zachte decembermaand met de jaarswisseling opeens stevig en langdurig begon te vriezen.
Bron; RTV Utrecht
Quote selectie